| | Er moet een spoor van Holland zijn dat ik kon snappen, waarin de omstanders voor demonstranten klappen die vrolijk opmarcheren naar het Malieveld om dat wat eerder door het vreedzame geweld van burgerlijk protest geradicaliseerd en wonderbaarlijk libertijns gelegisleerd geraakt was, onverwijld nog vrijer te hervormen naar voor de wereld ongekende vrije normen, omdat er in de trage wereld toch een land moest zijn dat gloedvol tegen traagheid was gekant, een gidsland dat niet wachten kon de rest te tonen hoe men met moed ontsnapt aan oude denkpatronen. Nu zie ik stille tochten door de straten trekken die grimmig denken dat de ander kan verrekken die anders is dan wij en anders denkt dan wij dat anderen dan wij het recht toekomt dat zij niet net als wij betreuren dat zij anders zijn. Snapt u het nog? Ons kleine land is nu pas klein geworden, bang en schichtig en niet meer in staat te abstraheren van de angstkreet van de straat en het gelooft net als de straat dat de vooruitgang bestaat in alles terug te draaien wat vooruitgang ons heeft gebracht. Zie daar de staat van Nederland. Ik kan wel janken als ik het zou snappen, want wat was was slecht maar half zo slecht niet als het streven de steven om te keren en opnieuw beleven hoe slecht het slechte was dat al was opgeheven. Er moet een spoor zijn van het land waar ik kon leven toen het nog in de mode was om te geloven dat overmorgen mooier wordt dan morgen, kloven naïef maar vol vertrouwen werden overbrugd. Er moet een spoor zijn van het land dat ooit met vrucht zijn best deed om wie anders waren te begrijpen. Want zo was Holland: trots de messen niet te slijpen en niet als messenslijper elke Marokkaan te zien, maar trots erop verleiding te weerstaan van toevlucht tot goedkoop herstel van oude waarden als panacee voor onrust, trots op ons vermaarde vermogen in saamhorigheid en tolerantie conflicten te bezweren, trots op de garantie dat ieder waardig leven kon en trots vooral de wereld hierin voor te zijn, in elk geval niet rillend als een kleine jongen in de hoek te kruipen als de wereld ons uniek gezoek naar compromis en vrijheid afdeed als onwettig. Dit ooit zo trotse land zie ik nu ongrondwettig bevochten vrijheden beknotten uit de vrees om minder bang te lijken dan de wereld. Lees de kranten, kijk tv, hoor de premier betogen en zeg mij waar het is, het land dat ooit kon bogen op trots en onafhankelijk geloof in moed om niet in bange kleinheid te vervallen. Goed was ooit dat Nederland. En ergens moet een spoor zijn van dat land dat ik begreep, al krijg ik door dat het wellicht vergeefs gezocht wordt in een bange en kleine wereld, hopeloos in angst gevangen.
|
|
|