FRAGMENT 1

De enige hoop van het zoogdier

Ik ben een zoogdier met laterale impedimenten. Ik ben niet in staat van richting te veranderen. Zo ben ik geboren. Vanaf het moment dat ik ben opgestaan om mijn eerste stappen ze zetten, is het mijn lot geweest rechtdoor te gaan, altijd rechtdoor. Het concept omkeren ken ik alleen uit de boeken die ik heb gelezen en van de gesprekken met hen die mij hebben begeleid op een deel van mijn reis. Het waren er velen en diversen die mij hebben vergezeld, maar altijd, vroeg of laat, zijn ze omgekeerd en hebben ze mij verlaten om mijn lange, mijn onnoemelijk lange reis in alle eenzaamheid voort te zetten. ‘Maar waarom stop je niet? Waarom blijf je niet waar we nu zijn? Dit is geen slechte plek om te blijven.’ Dat is omdat nostalgie bestaat. Ik zou alles willen terugvinden wat ik heb verloren. Ik zou mijn vrienden weer willen zien die moesten omkeren, mijn lieve ouders en het mooie huis met de boomgaard waar ik gelukkig was voordat ik mijn eerste stappen zette. Je weet wat ze zeggen en je wat wat er in de boeken staat geschreven: dat de wereld rond zou zijn. Het is mijn enige hoop dat dat waar is. Dus keer om, dierbare vriend, ik moet gaan. Ik moet mijn reis voortzetten. Hopelijk zal ik je op een dag weerzien.

Uit: Harde feiten, honderd romans (verschijnt 2009)


FRAGMENT 2

ik zal de gedachte nooit verliezen
en altijd overwinnen

ik zal de gedachte verliezen
en overwonnen worden

ik zal de gedachte altijd verliezen
en niet overwonnen worden

ik zal telkens overwonnen worden
en de gedachte nooit verliezen

dit is waar


Uit: Doka. Nieuwe gedichten (verschijnt wellicht ooit).

Top

 
FRAGMENT 3

Roman

Op 13 juli kon ik het slabestek niet meer vinden. Ik wist dat zoeken zinloos was. Op 25 juli las ik in de regionale krant een klein bericht over een man op een brommer die fietsende meisjes staande hield om hen te beroven van hun linkerschoen. De dag daarna kreeg ik griep die niet doorzette en op 27 juli nam ik de streekbus naar Kinderdijk omdat ik een vermoeden had. Het vermoeden bleek onjuist en ik kwam thuis met niets anders dan een paar magnetische delfts-blauwe klompjes voor op de koelkast. Vervolgens gebeurde er maanden niets.
Op 5 oktober overleed mijn moeder en op 6 oktober mijn vader. Ik heb een mooie toespraak gehouden. Op 1 november kreeg ik een nieuwe vriendin, maar zij bleek vegetarisch. Daar heb ik begrip voor opgebracht. In december viel ik ten prooi aan waanbeelden, waarbij ik dacht mijn moeder te zien. Mijn vader hield zich zoals gewoonlijk afzijdig. Op 1 januari nam ik mij voor te stoppen met hallucineren en dat heb ik volgehouden. Op 17 januari was ik jarig, maar dat heb ik niet gevierd. Daarna had ik het idee snel te sterven, maar ik ben nog steeds in leven. Op 1 maart dacht ik dat het 29 februari was. Met mijn nieuwe vriendin was het toen allang uit. De volgende dag las ik in de regionale krant dat de schoenenfetiscist was opgepakt. Op 5 maart sneeuwde het. Mijn slabestek heb ik nooit meer teruggevonden.

Uit: Harde feiten, honderd romans (verschijnt 2009)

FRAGMENT 4

het belangrijkste om te zeggen is moe
wie niet horen wil moet voelen
het belangrijkste om te zijn is hond

en water en vijand en rook en de ander

het belangrijkste om te zijn is de ander


Uit: Doka. Nieuwe gedichten (verschijnt wellicht ooit).

Top